Jacobus Cornelis Wyand (Jan) Cossaar
Geboren: 18 augustus 1874 te Amsterdam
Overleden: 25 november 1966 te Den Haag
Jan Cossaar, zijn roepnaam was Ko, wilde al op 11 jarige leeftijd kunstschilder worden. Echter, er was geen geld om hem te laten studeren. Zijn vader deed hem in de leer bij een huisschilder. Professor H. Quack betaalde schoolgeld en leermiddelen voor de Avond Teekenschool voor Kunstambachten. Na de Avond Teekenschool werd hij een leerling van de Rijksacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Hij volgde de opleiding voor Toneeldecoratie onder August Allebé. Als 14-jarige schilderde hij de decors voor de Plantage Schouwburg en op 17-jarige leeftijd kreeg hij de leiding over het decoratelier. Hij woonde en werkte tot 1901 in Amsterdam. In 1901 en 1902 ontving hij een subsidie uit het Willing van Collenfonds. Cossaar volgde verder zijn opleiding aan de Royal Academy te London. Van 1901 tot 1906 werkte hij in Parijs en Londen. In Parijs raakte hij bevriend met Kees van Dongen. In Engeland schilderde hij in een impressionistische stijl stadsgezichten en havengezichten in Londen en landschappen aan de kust van Yorkshire. In Londen introduceerde Matthijs Maris hem bij de kunsthandel Goupil waar hij ook exposeerde. In 1906 ontwierp hij in Amsterdam de Tableaux Vivants voor de Rembrandtfeesten, die samen met Marius Bauer werden uitgevoerd. In 1906 en 1907 vestigde hij zich in Den Haag en vervolgens in Rotterdam en tot 1909 in Londen. In 1909 heeft hij zich definitief in Den Haag gevestigd. In zijn stadsgezichten valt het gedurfde gebruik van perspectief op. De twintiger en dertiger jaren was er een periode van meer mystiek werk. Engelen, verbeeldingen van mystieke ervaringen en bijbelse voorstellingen waren vaak onderwerpen in deze periode. In de Grote Kerk in Den Haag is een muurschildering te zien van Maria Boodschap. Hij schilderde de grote kerken van Europa van binnen en van buiten, waarbij zijn kennis van het perspectief goed van pas kwam. Steevast is de mens klein in het indrukwekkende decor van de Gotische kathedralen te zien. Cossaar schilderde, aquarelleerde en tekende ook veel familietaferelen, portretten en landschappen in een min of meer impressionistische trant. Hij gaf les aan L.J. Niehorster. Daarnaast was hij lid van 'Pulchri Studio', de Haagse Kunstkring en van 'Arti et Amicitae' te Amsterdam. Als lid van de kunstenaarskringen 'Pulchri Studio' en 'Arti et Amicitiae' had hij vele tentoonstellingen.
Stroming: Amsterdamse School (omgeving Haagse School)
Signatuur: De roepnaam van Jacobus Cornelis Wyand Cossaar was Ko. Desondanks signeerde hij zijn werk met J. Cossaar. Wellicht hierom wordt hij in de literatuur betiteld als Jan Cossaar.
Tentoonstellingen en Musea:
Zijn werk bevind zich onder andere in het Drents museum in Assen , het Kelvin Art Gallery And Museum in Glasgow , het Rijksmuseum in Amsterdam en het Centraal Museum in Utrecht.
Bronnen:
Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750 – 1880, Uitgeverij Pieter A. Scheen BV, 1981.
Internet diverse bronnen